RCT wel of niet sluiten van het pariëtale peritoneum tijdens sectio caesarea.
Doel van de studie
Effectiviteit van het sluiten van het pariëtale peritoneum tijdens de keizersnede in vergelijking met het niet sluiten op de kwaliteit van leven en pijnklachten een jaar na de keizersnede.
Hypothese: Het sluiten van het pariëtale peritoneum kan de vorming van adhesies in voorste compartiment en de ontwikkeling van een uteriene niche verminderen, waardoor de kwaliteit van leven verbetert met minder dysmenorroe en chronische pijn in het kleine bekken.
Inclusiecriteria
Eerste sectio (primair of secundair)
≥ 18 jaar
Exclusiecriteria
Eerdere chirurgie in het kleine bekken
S1 sectio zonder tijd voor counseling
Eerdere diagnose van chronische pijn
Placenta accreta spectrum
Drieling zwangerschap
Werkwijze
Indien patiënte voldoet aan de in- en exclusiecriteria kan patiënte gecounseld worden voor deelname aan de studie. De PIF is op SharePoint te vinden: PIF 2 Close P.
In geval van deelname en getekend informed consent kan patiënte op de dag van de sectio gerandomiseerd worden in Castor:
Inlog staat op de pakkaart
Maak participant aan. Let op! Je hebt direct het mailadres van de patiënte nodig.
Na invullen baseline gegevens voor randomisatie (in- en exclusiecriteria) kan patiënte gerandomiseerd worden in het linker menu waar staat ‘not randomized’.
Sectio:
Indien geloot is voor de interventiegroep (peritoneum sluiten), sluit het pariëtale peritoneum doorlopend met Vicryl 2-0.
Schrijf de volgende zin in het sectioverslag: ‘wel/niet sluiten van het peritoneum is conform randomisatie uitslag verricht’.
Vul na de sectio de eCRF in.
Maak een poliklinische order aan voor de echo bij 3 maanden én de echo bij 12 maanden: VGYN controle patiënte AMC -> Algemeen -> Research.
SOP sectio
Openen buikwand:
- Scherp openen van de huid
- Scherp of stomp openen van de fascie (1)
- Stomp openen van het parietale peritoneum
Uterotomie:
- Initieel scherpe incisie, gevolgd door stompe entrée.
- Niveau van incisie: onderste uterussegment, dwarse incisie. Indien vrouw in partu is en er
sprake is van ≥5 cm, moet de incisie 2 boven de plica vesicouterien zijn (1, 2).
- Vermijd het openen van het blaasperitoneum als routine (1, 3, 4).
- Sluiten van uterotomie full-thickness, doorlopend, non-locking en enkellaags (2).
- Blaasperitoneum niet sluiten, tenzij noodzakelijk geacht voor hemostase (5, 6).
Sluiten buikwand:
- Interventie groep: sluiten van parietale peritoneum met een doorlopende, non-locking,
vicryl 2.0 hechting van cranial naar caudaal (zie ook instructie video) (7).
- Controle-groep: parietale peritoneum wordt niet gesloten
- Geen approximerende hechting plaatsen in de rectus abdominis.
- Sluiten van de fascie, doorlopen en non-locking.
- Sluiten van de subcutis en huid naar inzicht van de operateur.
1. Mackeen AD, Sullivan MV, Berghella V. Evidence-based cesarean delivery: intraoperative management from skin incision until placental delivery (Part 8). Am J Obstet Gynecol MFM. 2025;7(1):101576.
2. Verberkt C, Lemmers M, de Vries R, Stegwee SI, de Leeuw RA, Huirne JAF. Aetiology, risk factors and preventive strategies for niche development: A review. Best Pract Res Clin Obstet Gynaecol. 2023;90:102363.
3. Malvasi A, Tinelli A, Guido M, Cavallotti C, Dell'Edera D, Zizza A, et al. Effect of avoiding bladder flap formation in caesarean section on repeat caesarean delivery. Eur J Obstet Gynecol Reprod Biol. 2011;159(2):300-4.
4. de Luget CD, Becchis E, Fernandez H, Donnez O, Quarello E. Can uterine niche be prevented? J Gynecol Obstet Hum Reprod. 2022;51(3):102299.
5. Bamigboye AA, Hofmeyr GJ. Closure versus non-closure of the peritoneum at caesarean section: short- and long-term outcomes. Cochrane Database Syst Rev. 2014;2014(8):CD000163.
6. Doret M, Gaucherand P. [Closure or non closure of the peritoneum at cesarean section in 2008?]. J Gynecol Obstet Biol Reprod (Paris). 2008;37(5):463-8.
7. Whitfield RR, Stills HF, Jr., Huls HR, Crouch JM, Hurd WW. Effects of peritoneal closure and suture material on adhesion formation in a rabbit model. Am J Obstet Gynecol. 2007;197(6):644 e1-5.
Vragen